Nieuws type: Landelijk

Actie nodig om toegang betalingsverkeer te verbeteren

Banken moeten snel concrete maatregelen nemen om bankieren voor alle consumenten toegankelijk te maken en te houden. Dat zeggen belangen- en consumentenorganisaties in een reactie op het onderzoek van De Nederlandsche Bank (DNB) naar de digitalisering van het betalingsverkeer. Uit dat onderzoek blijkt dat 2,6 miljoen Nederlanders moeite hebben met digitaal bankieren.

Het DNB-rapport maakt korte metten met het idee dat vooral ouderen moeite hebben met digitaal bankieren en dat dat probleem in de loop der jaren vanzelf verdwijnt. Ook consumenten met bijvoorbeeld een lichamelijke of verstandelijke beperking of die niet goed kunnen lezen, lopen vast. Net als mensen die de Nederlandse taal onvoldoende spreken of de cultuur niet kennen. ‘Het rapport is een eyeopener’, vinden de belangenorganisaties. ‘Het maakt voor het eerst een grote en diverse onzichtbare groep bankklanten zichtbaar.’

Persoonlijk contact
De belangenorganisaties herkennen veel knelpunten in het rapport. Al langer wijzen zij de sector bijvoorbeeld op het gebrek aan persoonlijk contact door sluiting van kantoren en een ondoordringbaar, niet altijd behulpzame telefonische klantenservice. Tegelijk constateert DNB dat de doelgroep nauwelijks op de hoogte is van de diverse servicepunten, zorgcoaches en cursussen die banken bieden. Die mismatch moet worden opgelost, vinden de belangenorganisaties. Er moet zo snel mogelijk een landelijk dekkend netwerk van lokale, wijkgerichte bankservicepunten komen, waar klanten van alle banken persoonlijk worden geholpen met hun algemene bankvragen.

De organisaties onderschrijven de visie van DNB dat de groep kwetsbare consumenten alleen maar groter wordt als banken geen actie ondernemen. Ze roepen de banken daarom met klem op om de adviezen uit het rapport over te nemen in een concreet uitvoeringsplan. Op zeer korte termijn en op grote schaal.

Niet financieel gestraft
De banken hebben in een reactie op het rapport al aangegeven dat ze garanderen dat niet-digitale klanten gebruik kunnen blijven maken van niet-digitale basisbankdiensten, zolang als dat nodig is. De belangenorganisaties zijn blij met deze toezegging. ‘Maar’, waarschuwen ze: ‘Dat mag niet tot extra kosten voor deze doelgroep leiden. Consumenten mogen niet financieel gestraft worden omdat ze niet mee kunnen met de digitalisering.’

De uitgebreide reactie van de belangen- en consumentenorganisaties leest u hier: https://www.consumentenbond.nl/betaalrekening/pleidooi-toegankelijk-bankieren

Samenwerkende belangenorganisaties: ANBO, Consumentenbond, Iederin, KBO-PCOB, Koepel Gepensioneerden, Netwerk Organisaties van Oudere Migranten (NOOM), Oogvereniging, Senioren Netwerk Nederland en Stichting ABC.

Belastingdienst zegt toe: “Papieren aangifte blijft mogelijk”

Omdat niet alle ouderen (voldoende) digitaal vaardig zijn, blijft de papieren aangifte mogelijk. Dat zegt de Belastingdienst in een reactie op het onderzoek ‘digitale vaardigheden’ van seniorenorganisatie KBO-PCOB. Volgens de dienst zijn er geen plannen om het af te schaffen. Ingrid Rep, directeur KBO-PCOB: “Dat is goed nieuws. Het leven wordt steeds digitaler, ook de zaken die de overheid aanbiedt. De digitale belastingaangifte hangt voor sommige ouderen als een zwaard van Damocles boven het hoofd, gelukkig kunnen we die zorg wegnemen en blijft er een papieren alternatief beschikbaar.”

Volgens de Belastingdienst is op dit moment slechts 1 procent van alle aangiftes niet digitaal, vermoedelijk kiezen vooral ouderen voor de papieren mogelijkheid.

Appen, niet bellen

Al blijft er een groep senioren die niet of nauwelijks digitaal vaardig is, er is ook een grote groep senioren die het digitale leven helemaal omarmd heeft. Dat blijkt uit het onderzoek ‘digitale vaardigheden’ onder internettende senioren. Een opvallende uitkomst is dat bellen is ingeruild voor WhatsApp. Bijna negen op de tien senioren (87%) met internet maken gebruik van deze berichtendienst. Slechts een kwart (25%) geeft de voorkeur aan bellen boven appen.

DigiD

De smartphone is ook bij senioren razend populair geworden: om op het internet te komen, maken de meeste online senioren gebruik van de smartphone (76%), gevolgd door de laptop (57%) en tablet (56%). Bijna iedereen (98%) kijkt dan op de mail, doet online de bankzaken (92%) en maakt gebruikt van DigiD (88%). Toch is bij deze laatste ook een punt van zorg te noemen. Veel senioren maken er gebruik van, maar klagen ook over de gebruiksvriendelijkheid ervan. Maar er wordt beterschap beloofd, zo meldt Logius, de beheerder van DigiD, aan KBO-PCOB. Volgens hen wordt er op dit moment hard gewerkt aan het versimpelen van de online dienst.

Digitale uitsluiting

Steeds meer zaken kunnen, of moeten, online gedaan worden. En dat geeft zelfs onder de digitale senioren onrust. Ze worstelen vooral met het installeren van apps, programma’s en wifi én ze hebben moeite met Engelse instructies. Niet voor niets heeft een grote groep (81%) in het afgelopen jaar enige vorm van hulp heeft ontvangen bij internetgebruik. Ingrid Rep: “Zij zijn bang om fouten te maken, vinden sommige handelingen moeilijk en worden hierdoor afhankelijk van anderen. Dat is niet goed voor de zelfredzaamheid. Uit dit onderzoek komt duidelijk naar voren dat een digitale samenleving niet moet leiden tot uitsluiting. Het is daarom belangrijk dat overheden, bedrijven en softwareontwikkelaars ervoor zorgen dat iedere senior kan blijven meedoen in de maatschappij, digitaal of niet.”

Onderzoek

Het onderzoek ‘digitale vaardigheden is uitgevoerd onder 1.874 senioren in de periode 24 oktober tot 13 november 2022. De gemiddelde leeftijd is 77 jaar. Het onderzoek is online afgenomen, onder senioren die online actief zijn.

Geef senioren niet de schuld van volle ziekenhuizen

Honderden ziekenhuisbedden zouden zijn bezet door patiënten die geen ziekenhuisbehandeling meer nodig hebben, meldt het Algemeen Dagblad. Volgens de krant zouden met name ouderen in deze bedden liggen, wachtend op een plek in een verpleeghuis, revalidatiecentrum of op thuiszorg.

Volgens Ingrid Rep, directeur van seniorenorganisatie KBO-PCOB, geeft dit nieuws maar weer eens de grote druk op de zorg aan: “We weten van de lange wachtlijsten bij verpleeghuizen en de personeelstekorten in de thuiszorg, we weten dat ouderen langer thuis wonen en dat zorgvragen complexer worden. Maar laten we nou niet senioren de schuld geven van uitgestelde zorg en volle ziekenhuizen. Die hebben hier ook niet om gevraagd en werk je alleen maar stigmatisering in de hand.”

Volgens de krant geven de meeste ziekenhuizen aan dat zo’n tien procent van de bedden bezet is door patiënten die daar eigenlijk niet meer horen. Met name ouderen zouden langer dan nodig blijven liggen. Ingrid Rep: “De huidige situatie met deze ziekenhuisbedden is vreselijk voor iedereen die zorg nodig heeft. Daarom ook waardering richting de ziekenhuizen die mensen pas naar huis sturen wanneer het ook verantwoord is. Het is goed om te weten wie er in je ziekenhuis ligt.”

Langer thuis

Al jaren is langer thuis wonen beleid, iets waar KBO-PCOB ook de mooie kanten van in ziet. Maar in de huidige tijd van ophopende zorguitdagingen is er ook een andere kant. Rep: “Langer thuis is geweldig als het kan, maar we zien ook het tekort aan mantelzorgers en verpleegkundigen als er wel (meer) zorg nodig is. Het wordt tijd dat de politiek werkt aan een structurele oplossing, gezien de lange wachtlijsten en de oplopende problemen in de zorg. Het wordt tijd voor perspectief.”

Samen bereik je meer

Samen bereik je meer dan alleen. Met die gedachte is de Seniorencoalitie tot stand gekomen, waarin KBO-PCOB, ANBO, Koepel Gepensioneerden en NOOM samenwerken. Inmiddels bestaat de coalitie een kleine twee jaar en zijn in die tijd op tal van belangrijke thema’s de krachten gebundeld. Voor het Magazine van KBO-PCOB reden dat het tijd is voor een kennismaking met drie van trekkers achter de schermen: Ingrid Rep van KBO-PCOB, Anneke Sipkens van de ANBO en John Kerstens van Koepel Gepensioneerden. Hier volgt een samenvatting van het artikel.

Samen vertegenwoordigd de Seniorencoalitie ruim 350.000 leden. Volgens Anneke Sipkens van de ANBO, was de gezamenlijke wens om de belangenbehartiging voor ouderen te verbeteren door versnippering daarin tegen te gaan: “Daarin hebben we elkaar gevonden. Het punt is: er zijn veel ouderenorganisaties, maar tot nu toe werkten ze los van elkaar, omdat ze organisatorisch verschillen van elkaar. Het nieuwe pensioenstelsel was voor ons de directe aanleiding om te besluiten: nu moet het anders, dit moeten we echt samen doen.”

En de samenwerking had meteen effect, merkte John Kerstens van Koepel Gepensioneerden: “Na de verkiezingen kregen de ouderenorganisaties een uur om bij de informateur namens de ouderen te spreken. Samen een uur is beter dan een kwartier, toch?” Dat was de eerste keer dat de organisaties zich als Seniorencoalitie presenteerden, met een gezamenlijk manifest waarin de bonden het nieuwe kabinet opriepen om tot goed en samenhangend ouderenbeleid. Sipkens: “We merkten in Den Haag al meteen dat het echt anders valt, als je namens vier organisaties praat.”

Gezamenlijk

De Seniorencoalitie wil in de gezamenlijkheid werken op tal van thema’s die belangrijk zijn voor ouderen, zo merkt Ingrid Rep van KBO-PCOB op: “Zoals wonen, ondersteuning en zorg, digitalisering, inkomen en pensioenen.” Voor deze onderwerpen moet de Seniorencoalitie regelmatig naar Den Haag, voor overleg met de ministers. Rep: Soms moeten we bij de beleidsmakers nog wel op onze strepen staan, hoor: betrek ons erbij, dan praat je niet alleen óver maar juist ook mét ouderen.”

Identiteit

In het artikel komt ook de identiteitsvraag langs, want verschilt die niet per organisatie en kan dat niet juist in de weg zitten bij samenwerking. Rep: “De voorwaarden scheppen die voor alle ouderen een goed leven mogelijk maken, daar gaat het ons om. Daarbij wegen waarden het zwaarst en die delen we.” Sipkens vult aan: “Een gedeelde waarde is ook: constructief zijn, vooruit willen. We zijn niet over tegen, we onderzoeken juist hoe het wél kan. Nederland telt nu 3,5 miljoen 65-plussers, in 2040 zijn dat er 5 miljoen. Daar moet onze samenleving beter op worden ingericht zodat het fijn is om in Nederland ouder te worden en oud te zijn.”

Toekomst

Voor de toekomst zijn er dus genoeg uitdagingen voor de Seniorencoalitie. Rep: “Er zijn hobbels op de weg, zoals personeelstekorten in de zorg en de stikstofcrisis die woningbouw bemoeilijkt. Dus willen we nu al weten: als het niet lukt, wat is dan plan B? Praat met ouderen en doe dat via onze verenigingen.”

Gemengde gevoelens bij nieuwe pensioenwet

De Seniorencoalitie heeft met gemengde gevoelens geconstateerd dat de Tweede Kamer de Wet Toekomst Pensioenen heeft aangenomen. Daarmee kan over vier jaar afscheid worden genomen van de beklemmende huidige pensioenwet, die gepensioneerden op grote indexatie-achterstanden tot wel 35 procent heeft gezet. Tegelijkertijd blijft het inlossen van de belofte van een koopkrachtig pensioen vaag. Voor de Seniorencoalitie kan de vlag niet uit maar hoeft die ook niet halfstok. Overigens wacht de WTP ook nog behandeling in de Eerste Kamer.

“Voor de duidelijkheid: wij hadden niet voor dit stelsel gekozen. Wij hoeven ook niet in te stemmen met de pensioenwet”, zeggen bestuurders Ingrid Rep (KBO-PCOB), Anneke Sipkens (ANBO) en John Kerstens (Koepel Gepensioneerden). “Je moet constateren dat er in Den Haag geen politieke meerderheid was en is om de rekenrente aan te passen. Maar wij hebben zo hard mogelijk ingezet op verbeteringen ten behoeve van de ruim drie miljoen gepensioneerden in Nederland. Dat zijn we aan hen verplicht, alleen ‘tegen! ’roepen is niet in hun belang. Mede dankzij onze inzet zijn onder meer de versoepelde regels voor indexatie uit voortgekomen. Anders hadden veel fondsen de pensioenen in deze tijd niet of nauwelijks kunnen verhogen.”

Zeker niet alles is zonnig, beamen zij. De Seniorencoalitie (ANBO, KBO-PCOB, Koepel Gepensioneerden, NOOM) onderstreept dat de positie van gepensioneerden bij het invaren naar een nieuw stelsel onvoldoende is geregeld, zeker nu het individueel bezwaarrecht wordt opgeschort. Vooraanstaande juristen hebben daar ook op gewezen. De Seniorencoalitie doet een klemmend beroep op sociale partners om organisaties van gepensioneerden serieus vanaf het eerste moment bij de transitie te betrekken.

De nieuwe pensioenwet bevat in elk geval een aantal uitgangspunten die voor de ouderenorganisaties van dag één belangrijk zijn geweest en waarvoor zij zich in Den Haag jarenlang hard hebben gemaakt.

Dat waren het behoud van solidariteit op het gebied van beleggingsrisico, nabestaandenpensioen en het zogeheten ‘langlevenrisico’. Verder was het overeind houden van de pensioenplicht noodzakelijk. Dat in tussentijd de verhoging van de AOW-leeftijd is gematigd, is ook sterk door de Seniorencoalitie bepleit. Daarnaast is er de door de Seniorencoalitie aangedragen commissie evenwicht voor een eerlijke verdeling van de pensioenvermogens gehonoreerd met een werkgroep evenwicht, die een handreiking voor pensioenfondsbesturen en sociale partners schrijft. Ten slotte is het goed dat eerder stoppen voor zware beroepen mogelijk blijft.

Ook het aannemen van de motie Palland (CDA) die regelt dat gepensioneerden alle een zelfde wijziging van hun pensioen krijgen (en niet de ene leeftijdscategorie meer dan de andere)  is positief.

De Seniorencoalitie constateert echter dat veel van de uitgangspunten van het nieuwe stelsel niet of nauwelijks worden behaald. Het nieuwe stelsel zou uitlegbaar en transparant worden. Die doelstelling is op geen enkele manier behaald. Hoe koopkrachtig het stelsel is, blijft discutabel.

Belangrijk is ook hoe er wordt omgegaan met indexatie-achterstanden. Die kunnen alleen nog worden goedgemaakt in de periode tot 2027 en bij het invaren zelf. Daarom zullen de ouderenorganisaties zich in de komende jaren hard maken om deze schade zo goed mogelijk te repareren, met open oog voor andere generaties.

Ten slotte vindt de Seniorencoalitie het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen pensioen opbouwen. Immers, ouderen worden steeds meer op zichzelf teruggeworpen door een terugtredende overheid en een goed inkomen is een basisvoorwaarde om voor zichzelf en de naasten te zorgen. De toezegging om het aantal werknemers die geen pensioen opbouwen terug te dringen van 900.000 naar 450.000 ziet de coalitie als een boterzacht. Met de ruime miljoen zzp’ers lijkt in praktijk helemaal niets te gebeuren. Dat kan over twintig tot dertig jaar voor grote maatschappelijke ongelukken leiden.

De Seniorencoalitie zal bij de behandeling in de Eerste Kamer nogmaals wijzen op de zwakkere punten uit de wet.  Verder zal de coalitie scherp in de gaten houden welke nadere aanpassingen nodig kunnen zijn en dan aandringen op reparatiewetgeving. Ten slotte zal de coalitie de vinger aan de pols houden bij de pensioenfondsen. Ten slotte worden daar de echte besluiten over de pensioenen genomen.

KBO-PCOB in 2023

Voor het nieuwe jaar verandert er het een en ander binnen KBO-PCOB. Het aanstaande vertrek van een aantal provinciale KBO-bonden uit Unie KBO heeft gevolgen voor de organisatie KBO-PCOB, maar de inzet is dat u als lid hier zo min mogelijk van merkt. In dit artikel proberen we de situatie te schetsen en antwoorden te geven.

 

Per 1 januari 2023 gaan vier provinciale KBO-bonden (Gelderland, Limburg, Noord-Holland & Overijssel) zelfstandig verder. Zij stappen dan uit de Unie KBO en maken geen gebruik meer van het samenwerkingsverband met de landelijke PCOB, de Seniorencoalitie en het verenigingsbureau KBO-PCOB. Het lidmaatschap van de gezamenlijke vereniging voor senioren in Nederland is opgezegd, waar vijf jaar geleden, bij de start van KBO-PCOB, nog de overtuiging was dat de handen ineen geslagen moesten worden.

 

De uittredende bonden zijn ervan overtuigd dat de gemaakte stappen goed zijn voor hun afzonderlijke leden en dat respecteren we. Voor meer informatie over de achterliggende redenen, kunt u natuurlijk het best terecht bij de betreffende provinciale besturen. Mochten daar weer vragen uit komen, mag u uiteraard contact opnemen met ons voor wederhoor.

 

Vanuit het bestuur van de Unie KBO is het nooit de wens geweest om te versnipperen. Integendeel. Een sterke vertegenwoordiging voor senioren doe je met zoveel mogelijk leden. Er zijn veel goede voorbeelden van de meerwaarde van hechte samenwerking tussen ouderenorganisaties. Niet alleen op lokaal niveau tussen de KBO-afdeling en de PCOB-afdeling of zelfs met andere lokale ouderenorganisaties. Ook op landelijk niveau zet het zoden aan de dijk om samen belangen te behartigen in Den Haag. Dat doet KBO-PCOB samen met de Koepel Gepensioneerden, de ANBO en NOOM. We vertegenwoordigen ruim 350.000 senioren in Nederland en hebben stevige posities bij ministeries en relevante netwerken.

 

KBO-PCOB gaat professioneel, constructief en met passie verder om mét en voor senioren een goed klimaat te bewerkstelligen in ons land. Mensen die ouder worden hebben recht op zorg, welzijn, veiligheid, inkomen en een goede plek om te wonen of verzorgd te worden. We willen ook dat mensen elkaar ontmoeten op lokaal niveau. Dat doen we samen met alle vrijwilligers van KBO- en PCOB bonden, die onderdeel van KBO-PCOB blijven. De vrijwilligers die door alle ontwikkelingen of om andere redenen in het nieuwe jaar geen vrijwilligerswerk meer voor KBO-PCOB gaan doen, willen we hartelijk bedanken voor de grote en belangrijke inzet.

 

Vanwege het vertrek van de provinciale KBO bonden Noord-Holland, Overijssel, Gelderland en Limburg (KBO-Brabant zette deze stap ruim tien jaar geleden al), gaat er natuurlijk wel iets veranderen, zeker wanneer u in één van deze provincies woont. Onze telefoon staat roodgloeiend omdat veel mensen vragen hebben over de wijzigingen. We hebben daarom de belangrijkste vragen en antwoorden voor u op een rij gezet:

Twijfels over haalbaarheid plan seniorenwoningen

De Seniorencoalitie ziet het plan van het kabinet om 290.000 seniorenwoningen te bouwen als een stap in de goede richting. Wel hebben de samenwerkende ouderenorganisaties twijfels of het in de huidige omstandigheden wel te realiseren is.

Minister Hugo de Jonge en minister Conny Helder hebben vandaag hun programma ‘Wonen en Zorg voor ouderen’ gepresenteerd. Van de in totaal 900.000 woningen die er tot 2030 moeten worden gebouwd, zijn er 290.000 bedoeld voor senioren. KBO-PCOB, ANBO, Koepel Gepensioneerden en NOOM zijn blij dat het kabinet nu inziet hoe urgent het is om meer woningen te realiseren die geschikt zijn voor ouderen.

De vraag is wel of de ambities haalbaar zijn, gezien onder meer de stikstofcrisis, het tekort aan personeel in de bouw, de stijgende bouwkosten en het tekort aan bouwlocaties. De Seniorencoalitie mist in het plan van De Jonge en Helder hoe zij deze belemmeringen denken op te lossen. Daarnaast kijken de seniorenorganisaties uit naar de verdere uitwerking. Op papier ziet het er goed uit, nu de uitvoering nog.

Crisisopvang

Verder zijn ook op korte termijn al maatregelen nodig, want de nood is hoog. Mensen gaan van crisisopvang naar crisisopvang. Zo staan er nu ongeveer 20.000 mensen op de wachtlijst voor een plek in het verpleeghuis. Er moeten dringend woonzorgplekken bij komen voor mensen die het thuis niet meer redden.

De ministers willen tot 2030 80.000 woningen realiseren in zogenoemde geclusterde woonvormen. Daar zullen ook senioren gaan wonen die intensieve zorg nodig hebben. De Seniorencoalitie is benieuwd hoe deze woonvormen eruit gaan zien. In ieder geval moet worden voorkomen dat er wordt gebouwd voor verschillende soorten zorgproblemen, waardoor ouderen telkens moeten verhuizen als ze intensievere zorg nodig hebben. Ook is het nu nog onduidelijk wie er straks in aanmerking komt voor een plek in een verpleeghuis.

Doorstromen

De Seniorencoalitie roept de ministers op om ouderen intensief te betrekken bij het hele proces en in de besluitvorming. Er moet niet óver ouderen worden gepraat, maar mét ouderen.

Het tekort aan seniorenwoningen heeft gevolgen voor de hele woningmarkt. Als er voldoende betaalbare en geschikte woningen zijn waar ouderen naar kunnen doorstromen, komen er weer woningen vrij voor starters en gezinnen.

Opinie: Nieuwe pensioenstelsel moet terug naar de tekentafel

Opinie – Met drie aanpassingen biedt het nieuwe pensioenstelsel meer zekerheid aan huidige en toekomstige gepensioneerden, denken John Kerstens (Koepel Gepensioneerden), Lucía Lameiro (NOOM), Ingrid Rep (KBO-PCOB) en Anneke Sipkens (ANBO).

Toen kabinet, werkgevers en vakbonden in 2019 een pensioenakkoord sloten, was de euforie groot: ‘Iedereen gaat erop vooruit!’, jubelde FNV-onderhandelaar Tuur Elzinga destijds. Een nieuw pensioenstelsel zou ervoor zorgen dat de pensioenen, die in tien jaar tijd met meer dan 20 procent verdampten, terwijl het totale gespaarde vermogen bij pensioenfondsen verdriedubbelde, nu ècht koopkrachtig werden.

Dat stelsel zou bovendien eenvoudiger en transparanter worden, ervoor zorgen dat mensen die nog geen pensioen opbouwden (volgens De Nederlandse Bank anderhalf miljoen werkenden) dat straks wel gaan doen, voorzien in een regeling voor mensen met een zwaar beroep èn zou het vertrouwen bij mensen weer terugbrengen.

Drie jaar later zijn al die beloften op hun beurt verdampt. Met elke nieuwe berekening waarmee minister Schouten (die het pensioendossier van haar voorgang Koolmees erfde) méér mensen ervan wil overtuigen dat het met de koopkracht van het pensioen in het nieuwe stelsel wel goed zit, overtuigt ze er juist minder.

Bijvoorbeeld door er vanuit te gaan dat het pensioengeld van gepensioneerden tot wel de helft in aandelen zou kunnen worden belegd. Maar vanwege hun ‘kortere tijdshorizon’ kunnen ze juist niet zo veel risico lopen, want ze halen een fors verlies niet meer in. Als al die berekeningen één ding aantonen, is het dat zowel de huidige als de toekomstige gepensioneerden van het nieuwe stelsel te vrezen hebben. Ze zullen de gevolgen in hun portemonnee voelen.

Ingewikkelder

Dat het nieuwe stelsel eenvoudiger en transparanter wordt, gelooft inmiddels ook niemand meer: het wordt ingewikkelder om uit te voeren, moeilijker om uit te leggen en onmogelijk om te snappen. En het voorziet evenmin in een regeling voor zware beroepen of het opbouwen van pensioen voor iedereen.

Voeg daar nog aan toe dat de spelregels voor de verdeling van inmiddels ruim 1500 miljard euro aan pensioenvermogen over miljoenen individuele pensioenpotjes pas april volgend jaar bekend worden, terwijl de Tweede Kamer nu al geacht wordt akkoord te gaan, en iedereen snapt dat het met die allergrootste belofte (‘we brengen het vertrouwen terug’) niet goed komt.

Zeker ook niet, omdat de mensen om wiens geld het gaat daar zelf niets over te zeggen krijgen. Het zogenaamde ‘individuele bezwaarrecht’ wordt immers geschrapt, terwijl wat daarvoor in de plaats komt (een ‘hoor- en adviesrecht’) boterzacht is. Daarom, politiek: bezint eer ge begint. Pas het wetsvoorstel aan. Of begin er niet aan.

Nieuwe berekeningen

De Seniorencoalitie (bestaande uit Koepel Gepensioneerden, ANBO, KBO-PCOB en NOOM) wil de volgende aanpassingen:

Maak de belofte van een koopkrachtig pensioen waar. Toon met nieuwe berekeningen aan dat naar verwachting gemiddeld sprake is van pensioenen die ten minste een gemiddelde prijsstijging van 2 procent kunnen bijhouden.

Maak helder wat de spelregels zijn bij het toerekenen vanuit de grote pot aan individuen, het ‘invaren’. En neem daarbij ook de inmiddels opgelopen indexatie-achterstanden voor gepensioneerden èn werkenden zoveel mogelijk mee.

Geef betrokkenen serieuze zeggenschap door een versterking van het advies- en hoorrecht, zodat dat ook echt wat voorstelt.

Gewaarschuwd

Deze aanpassingen zijn nodig om het vertrouwen in ons pensioenstelsel terug te brengen. En niet alleen in ons pensioenstelsel. Wat hier ook op het spel staat, is het vertrouwen in de politiek zelf. Met een niet al te best track-record als het gaat om grote stelselherzieningen, kan Den Haag zich bij deze ‘moeder van alle stelselherzieningen’ niet een nieuw drama veroorloven. Zeker niet na daar zo vaak voor gewaarschuwd te zijn.

–> Dit opiniestuk is op 11 november 2022 gepubliceerd in de Trouw

Zonder koopkracht geen steun voor nieuwe pensioenwet

In het nieuwe pensioenstelsel dreigt een koopkrachtig pensioen niet te worden gehaald. Voor de Seniorencoalitie is het onaanvaardbaar als deze centrale belofte van het pensioenakkoord wordt gebroken. Het draagvlak onder gepensioneerden wordt op die manier verkwanseld.

In een brief roept de Seniorencoalitie (bestaande uit ANBO, KBO-PCOB, Koepel Gepensioneerden en NOOM) de Tweede Kamer op om het wetsvoorstel voor een nieuw pensioenstelsel zo niet aan te nemen. Het draagvlak onder gepensioneerden is inmiddels vrijwel weg, terwijl herstel van vertrouwen toch een van de belangrijkste doelstellingen was van deze en vorige regeringen.

Taaltrucjes

Volgens de Seniorencoalitie wordt met subtiele taaltrucjes de koopkrachtbelofte afgezwakt. Het sterkste voorbeeld is dat het niet zou gaan om een koopkrachtig, maar om een koopkrachtiger pensioen. Dat is niet hoe het destijds bij het pensioenakkoord is afgesproken, want dat zou de Seniorencoalitie onmiddellijk hebben afgewezen.

Zorgvuldigheid gaat boven snelheid, vinden de seniorenorganisaties. Daarom stellen zij voor de motie-Van Dijk te verlengen zolang dat nodig is. Hierin is geregeld dat pensioenfondsen vanaf een dekkingsgraad van 105% mogen indexeren. Ondertussen kan worden gewerkt aan een betere versie van de Wet Toekomst Pensioenen (WTP), zodat (toekomstig) gepensioneerden kunnen rekenen op een koopkrachtig pensioen.

Onvoldoende gecompenseerd

Een ander punt van zorg bij de Seniorencoalitie is de zeggenschap van gepensioneerden. Het schrappen van het individueel bezwaarrecht wordt in de nieuwe wet nog onvoldoende gecompenseerd.

Verder is er te weinig aandacht voor inhaalindexatie. Gepensioneerden staan al op 20% achterstand en die achterstand loopt met de huidige inflatie alleen maar op. Binnen de huidige regels is inhaalindexatie volstrekt onmogelijk, waardoor gepensioneerden definitief naar hun geld kunnen fluiten.

De Seniorencoalitie is altijd positief kritisch geweest over de invoering van een nieuw pensioenstelsel, maar tot dusverre is er vrijwel niets gedaan met de argumenten die wij hebben aangedragen voor noodzakelijke wijzigingen in het wetsvoorstel. Ook daardoor wordt het draagvlak zienderogen kleiner.

–> Lees hier de brief van de Seniorencoalitie

Onderzoek KBO-PCOB: Meeste senioren voelen zich gelukkig

Ondanks dat we van crisis naar crisis gaan, voelen ruim zeven op de tien ouderen zich momenteel (erg) gelukkig. Dat blijkt uit het grote Zingevingsonderzoek van seniorenorganisatie KBO-PCOB. Gezondheid, het hebben van een levenspartner en het doen van (vrijwilligers)werk zijn belangrijke factoren die geluksbepalend zijn. De allerbelangrijkste factor voor senioren om zich wel of niet gelukkig te voelen, is het hebben van sociale contacten. Maar liefst 90% van de senioren met veel sociale contacten is (erg) gelukkig. Bij de mensen die aangeven maar zelden sociale contacten te hebben, is slechts een kwart (23%) gelukkig. Ingrid Rep, directeur KBO-PCOB: “Contact is dus nog belangrijker dan gezondheid voor het geluk van senioren. Waarom investeren we dan als overheid niet meer in verenigingen die voor die sociale connectie zorgen, zodat een nog grotere groep betrokken kan worden?”

Ook de groep ouderen die relatief weinig gezondheidsproblemen heeft, geeft aan (erg) gelukkig te zijn (89%). Maar op het moment dat de gezondheidsklachten het leven (ernstig) beperken is het ‘gelukkig zijn-percentage’ flink lager (53%). Er is ook een verschil te zien in gelukkig zijn tussen mensen met een partner en alleenstaanden: driekwart versus de helft. En de geluksfactor is enigszins verklaarbaar: mensen met een relatie hebben doorgaans ook meer sociale contacten.

75% doet vrijwilligerswerk

Tweederde van de gepensioneerden heeft van tevoren nagedacht over wat ze vanaf hun pensionering willen doen. Sommige deden een cursus om inzichten te krijgen, anderen lazen boeken of lieten zich goed adviseren over de financiële gevolgen van het pensioen.

Maar niet alleen financieel, ook sociaal verandert er het een en ander. Zo stopt het contact met collega’s van de een op de andere dag. Veel senioren zijn van mening dat vrijwilligerswerk dit gat kan vullen. Maar liefst driekwart (75%) doet aan vrijwilligerswerk. En senioren geven ook tips. Bijvoorbeeld dat je moet zoeken naar een bezigheid die bij je past, maar tegelijkertijd ervoor moet waken dat je te veel hooi op je vork neemt. Ingrid Rep: “Senioren zijn ontzettend belangrijk in vrijwilligersorganisaties. Ook uit ons onderzoek blijkt dat een groot deel van de senioren zich graag inzet voor een ander. En zolang geest en lijf het toelaten, moeten mensen dit zeker blijven doen.”

Kleine dingen

Dat geluk in de kleine dingen schuilt, blijkt ook uit het grote Zingevingsonderzoek. Geen luxe jachten of chique uit eten, maar erop gaan in de natuur, een mooi boek lezen of iets doen voor een ander blijken veel betekenisvoller.

Onderzoek

Aan het Zingevingsonderzoek van KBO-PCOB namen in de periode 23 augustus tot 12 september 2022 1690 gepensioneerden aan deel. Met een gemiddelde leeftijd van 77 jaar.

–> Lees ook het bijbehorende artikel dat in het Magazine van KBO-PCOB verschijnt